Toen son Havana voor het eerst bereikte, was het sexteto-formaat (6 instrumenten, geen blazers) het model: gitaar, tres, bongó, claves, maracas en bas. Deze groepen waren lichter, dichter bij het rurale geluid maar gepolijst voor stedelijke danszalen. Beroemd voorbeeld: Sexteto Habanero.
| Instrument | Rol |
|---|---|
| Tres | de melodische motor: guajeos en solo's |
| Gitaar | akkoorden en ritme |
| Bas | eerst vaak de marímbula of botija, later de contrabas |
| Bongó | de enige trom: vrij spel en versieringen |
| Claves | het clave-patroon |
| Maracas | vaak gespeeld door de zanger |
Het Sexteto Habanero kreeg in 1920 zijn klassieke bezetting: gitaar, tres, bongó, claves, maracas en contrabas. De sextetos werden in de jaren 20 het geluid van de son in Havana. Eind jaren 20 kwam er een trompet bij, en werden veel sextetos septetos.
Sexteto-son is licht en open: zonder blazers en conga's hoor je de clave, de tres en de bongó duidelijk. Ideaal om op de clave te leren dansen.