Contradanza

De contradanza is de eerste muziek die echt Cubaans klonk: een Europese dansvorm waarin Cubaanse componisten in de 19e eeuw het habanera-ritme en de cinquillo verwerkten. Contradanza is zowel de naam van de muziek als van de dans.

Kenmerken

  • Maat: 2/4, levendig dansbaar tempo
  • Vorm: twee delen van meestal acht maten (A en B), elk herhaald; het B-deel is vaak ritmisch drukker
  • Bas: het habanera-ritme (DAAM-da-DAM-DAM), verwant aan de tresillo (3+3+2)
  • Melodie: gebruikt al de cinquillo, het syncopische figuur dat later de danzón zou dragen
  • Bezetting: thuis en in de salon de piano; op bals een orquesta típica met violen, fluit, klarinet, koper, contrabas, pauken en güiro

Luisteren

Drie voorbeelden: twee pianostukken van Saumell en een contradanza zoals een salonorkest hem speelde. Luister naar de bas in de linkerhand of de lage instrumenten: daar zit het habanera-ritme.

Saumell droeg La Tedezco op aan de Italiaanse sopraan Fortunata Tedesco. Gespeeld door pianiste Yamira Rodríguez.

Een van Saumells bekendste contradanza's, uit de jaren 1850. Gespeeld door Amaury Morales.

Een contradanza zoals ze in de salons klonk, door het orkest van Odilio Urfé.

Namen

  • Contradanza criolla of cubana: de Cubaanse variant, tegenover de Europese contredanse
  • Danza: de opvolger vanaf ca. 1840–1850; in de muziek is het verschil klein en veel stukken heten afwisselend contradanza of danza
  • Habanera: oorspronkelijk de "contradanza habanera". In het buitenland werd habanera de naam van de langzamere, gezongen tak, zoals de aria in Bizets Carmen

Componisten

  • Manuel Saumell (1817–1870): schreef tientallen korte pianocontradanza's en gaf het genre zijn eigen taal
  • Ignacio Cervantes (1847–1905): bekend om zijn Danzas cubanas voor piano
  • Miguel Faílde (1852–1921): kwam uit deze traditie en schreef in 1879 de eerste danzón

Het hele verhaal staat op de geschiedenispagina over de contradanza, met meer luistervoorbeelden.