Cubaanse son is een traditioneel muziekgenre dat zijn oorsprong vindt in de oostelijke gebieden van Cuba en Afrikaanse ritmes combineert met Spaanse melodieën, wat de basis vormt voor veel moderne Latijns-Amerikaanse muziekstijlen zoals salsa.
De vroegste vorm (laat 19e – vroeg 20e eeuw), kleine groepen, rurale/folkloristische wortels. Instrumenten:
👉 Gespeeld in sextetos en septetos.
De son ontstond eind 19e eeuw in de bergen van Oriente, het oosten van Cuba, onder meer in de Sierra Maestra. Vroege vormen en voorlopers zijn changüí, nengón en kiribá. De tres dook waarschijnlijk rond 1890 op in Baracoa.
Rond 1909 bereikte de son Havana. Daar nam hij waarschijnlijk rond 1910 de clave over uit de rumba van de stad. De eerste opnames maakte het Cuarteto Oriental in 1917. Vanaf dat moment groeide de son uit tot de son urbano van de sextetos en septetos.
Son tradicional is rustiger dan latere stijlen. Je hoort de clave en de tres duidelijk, en dat maakt hem goed om de basis van de Cubaanse timing te leren.