Contradanza

De contradanza was de eerste Europese dans die in Cuba echt Cubaans werd: onder Afrikaanse invloed groeide ze uit tot iets eigens. Ze is het beginpunt van de Cubaanse salonlijn die later danzón, mambo en cha-cha-chá zou voortbrengen.

Illustratie: paren in 19e-eeuwse kleding dansen in een balzaal met kroonluchters

Wat haar Cubaans maakte

Zelfs in haar vroegste Cubaanse vorm verschilde de contradanza al van haar Europese bron. Cubaanse muzikanten gaven haar het habanera-ritme: een baspatroon met een gepunteerde eerste noot (DAAM-da-DAM-DAM), nauw verwant aan de tresillo (lang-lang-kort, 3+3+2) die ook in de Afro-Cubaanse muziek klinkt. Dat gaf de muziek haar kenmerkende, licht wiegende gevoel. Het ritme raakte zo verbonden met Cubaanse muziek dat het de wereld rondreisde: je hoort het in Bizets Carmen, in de vroege tango en in talloze populaire liedjes uit de 19e eeuw.

Dit was Afrikaanse invloed in werking: niet uitgesproken en niet erkend door de salonklasse, maar wel aanwezig in de kern van het ritme. Dat is minder vreemd dan het lijkt: de muzikanten die op de bals speelden, waren grotendeels zwarte en mulatte musici. Muziek gold als een beroep voor de lagere standen, en via hun handen kwam het Afrikaanse ritmegevoel de salon binnen.

Luisteren

Contradanza's werden vooral voor piano geschreven, maar in de danszaal speelde een orkest ze. De laatste tab laat horen hoe Irakere er anderhalve eeuw later mee omging.

Saumell droeg dit stuk op aan de Italiaanse sopraan Fortunata Tedesco. Gespeeld door pianiste Yamira Rodríguez.

Een van Saumells bekendste contradanza's, uit de jaren 1850. Gespeeld door Amaury Morales.

Een contradanza zoals ze in de salons klonk, door het orkest van Odilio Urfé.

Irakere speelt Saumells Los ojos de Pepa: de salonmuziek van 1850 in de handen van de band van Chucho Valdés.

De dans

De contradanza was een figurendans in groepsverband: formeel, binnenshuis, met paren in rijen of een carré en een bastonero (dansleider) die de figuren afriep. Het was een sociale activiteit voor Cuba's geletterde klasse: plantage-eigenaren, kooplieden, vrije beroepen en hun families.

Ondanks die formaliteit was het Cubaanse dansen al soepeler in de heupen en ritmischer dan het Europese balzaaldansen. Meer over de passen en figuren staat op de danspagina, over de muziek op de muziekpagina.

Belangrijke componisten

  • Manuel Saumell (1817–1870): de vader van de Cubaanse contradanza als kunstvorm; zijn pianocontradanza's legden de muzikale taal van het genre vast
  • Ignacio Cervantes (1847–1905): verfijnde de vorm en vormde de brug naar de danza
  • Miguel Faílde (1852–1921): werkte in de wereld van contradanza en danza voordat hij in 1879 de eerste danzón componeerde

Oorsprong

De contradanza legde een lange weg af voordat ze in Cuba aankwam:

  1. Engeland (17e eeuw): de country dance was een dorpsdans in rijen, waarbij paren tegenover elkaar stonden. John Playford legde de figuren in 1651 vast in The English Dancing Master; daarna werd de dans ook aan het hof populair.
  2. Frankrijk (eind 17e eeuw): aan het hof van Lodewijk XIV werd country dance verfranst tot contredanse, alsof het "tegenover-dans" betekende. De Fransen maakten er een verfijnde salondans van, die heel Europa veroverde.
  3. Spanje (18e eeuw): met de Franse Bourbon-koningen kwam de Franse hofmode naar Madrid. Als contradanza werd de dans de favoriet van de Spaanse balzalen.
  4. Cuba (18e eeuw): Spaanse ambtenaren, officieren en kolonisten namen de contradanza mee naar Havana, waar ze op de bals van de koloniale elite werd gedanst.
  5. Haïti (rond 1800): volgens een bekende these van schrijver en musicoloog Alejo Carpentier kreeg de dans een extra impuls toen Franse kolonisten en hun slaven na de Haïtiaanse revolutie (1791) naar oostelijk Cuba vluchtten. Hoe groot die invloed precies was, is onder historici omstreden.

In Cuba begon de dans snel te veranderen. De oudste bekende Cubaanse contradanza, het anonieme San Pascual Bailón, verscheen in 1803.

Tegen de jaren 1820–1840 was de contradanza de dominante populaire dans van Cuba's ontwikkelde en hogere middenklasse.

Erfenis

De contradanza vestigde de tweedelige vorm (een A-deel en een B-deel met een ritmische wisseling), het habanera-gevoel en de salondanstraditie die via danza en danzón doorliep naar elke volgende Cubaanse dans. De danza zette daarna de stap naar paren die op zichzelf dansten; de danzón maakte die stap af. Ze plantte het zaad van de Afrikaanse ritmische transformatie die later volledig zou bloeien in son en timba.