Yambú Rumba – Dans

Yambú is de oudste en langzaamste rumbastijl, al halverwege de 19e eeuw genoemd, ontstaan in de arme stadswijken van Matanzas: een rumba van huis, cuartería of solar. Een rustige paardans zonder de vacunao van de guaguancó.

Herkomst

  • Matanzas: volgens EcuRed is de yambú een stedelijke stijl uit de arme wijken van Matanzas. Daar ontstonden de bandos, groepen van rumberos zoals El Bando Azul, Los Congos de Angunga, La Clave de Oro en La Nueva India. De wijk Las Alturas de Simpson gold als de belangrijkste bron van rumberos; EcuRed noemt onder meer Anselmo Calle, Silverio Fumero en Ángel Morales, en de danseressen Yeya Calle, Estanislaa Luna en Margarita Zequeira, "Cundunga la China".
  • Wortels: volgens Wikipedia groeide de yambú uit de yuka; volgens EcuRed waren erotische paardansen "van makuta of yuka" mogelijk de basis van de yambú.

Structuur

Volgens EcuRed begint een yambú met de claves en een gezongen lalaleo, de diana, die in de yambú langer is dan in de guaguancó. Dan zingt de solist zijn strofen (decimar), het koor antwoordt weer met de lalaleo, en zo wisselen ze af, tot het estribillo begint: dan danst een paar.

Video's

Rumba - Yambú - Tiempo de España - María Belén

Dances of the Orisha - Rumba Yambú

💃 De dans

  • Langzaam en sensueel: de man beweegt schouders en lichaam met zachte, rustige toespelingen. De vrouw maakt kleine ontsnappingen, houdt de zoom van haar rok vast en draait kleine rondjes om hem heen. In de yambú heeft de vrouw de hoofdrol.
  • Broosheid: volgens Wikipedia maken de dansers bewegingen alsof ze broos zijn; volgens Cultura Cubana bootst de dans de bewegingen van oudere mensen na.
  • Solo of als paar: yambú kan alleen worden gedanst, meestal door vrouwen, of door een paar.
  • "En el yambú no se vacuna": er is geen vacunao.
  • In de kring: de dansers staan met gebogen knieën ongeveer een meter van elkaar. Aan het eind legt de man zijn arm over de schouders van zijn partner en maken ze plaats voor het volgende paar.

🥁 De muziek

Volgens EcuRed improviseerden de oude ensembles in Matanzas hun instrumenten: de zijkant van een kast, de zitting van een stoel, een fles of een muur als salidor, een tumbadora, een kleine cederhouten kist als quinto, en lepels op een plank op de knieën. In de yambú werden vaak twee kisten gebruikt: een kaarsenkistje als quinto en een grote kabeljauwkist als tumbadora. De melodieën zijn kort en in majeur, gezongen door een solist en een koor. In de yambú van Havana klonk vroeger de sonclave.

🔀 Yambú en guaguancó

De guaguancó lijkt in de meeste opzichten op de yambú en zou eruit zijn voortgekomen, maar is sneller en heeft de vacunao.


📝 Bronnen