Arará Afro-Cubaans – Dans

Arará is de naam die in Cuba werd gegeven aan tot slaaf gemaakten van de Ewe, Adjá en Fon uit het voormalige koninkrijk Dahomey (het huidige Benin). Hun religie, de Regla Arará, leeft volgens EcuRed nu alleen nog in Matanzas.

De Arará-traditie

  • Naam: arará is een verbastering van Arada (Allada), in de 15e eeuw de hoofdstad van de Ewe.
  • Waar: de Arará konden hun eredienst alleen in Havana en Matanzas opnieuw opbouwen; volgens EcuRed leeft hij nu alleen nog in Matanzas. Wikipedia noemt ook volgelingen in Las Villas en Oriente. Belangrijke tempels staan in Matanzas, Jovellanos, Perico en Cárdenas.
  • Goden: de goden heten foddunes (ook foldunes of vodú). Ze treden op in groepen en communiceren via waarzeggerij en bezetenheid.
  • Muziek: eind 20e eeuw speelden ensembles meestal op twee tot vier trommels, met een ijzeren bel en een metalen ratel. De trommels heten caja, mula en cachimbo, en worden na een bepaalde ceremonie als heilig beschouwd. De spelers heten ajaonú of sojonu; de voorzanger heet gallo.
  • Dans: de Arará hebben eigen ceremoniële dansen. Sommige lijken op dansen uit de Haïtiaanse Vodou, door de gedeelde herkomst, maar ze zijn duidelijk anders.

Overeenkomsten met de orisha's

De namen van de foddunes verschillen per tempel. Volgens EcuRed onder meer:

Conjunto Folklórico de Cuba: "Arará" Afrekete

De foddunes van Arará:


📝 Bronnen