Nengón Populair – Dans
Nengón is een oude boerenvorm van de son uit het oosten van Cuba, met wortels in Baracoa (Guantánamo) en een eigen variant in de Cauto, de nengón del Cauto. Samen met de kiribá geldt hij als een voorloper van de changüí en de son.
Herkomst
- Baracoa: volgens EcuRed heeft de nengón zijn wortels in de wijk El Cuero, op de zuidhelling van de berg van Imías, in de streek van Baracoa. Samen met de kiribá hoort hij bij de traditionele boerenfeesten daar.
- De onafhankelijkheidsoorlogen: de nengón wordt voor het eerst genoemd in 1898. Boeren van Spaanse en creoolse afkomst speelden hem; op hun feesten waarschuwden ze de mambises als Spaanse troepen de stad verlieten, en met spotversjes beledigden ze de Spaanse soldaten. In het kamp van de reconcentrados werd de nengón verboden.
- De Cauto: in de 20e eeuw hielden families van veehouders de nengón del Cauto in stand, vooral de familie Machado; Ángel Machado vormde in 1933 een groep.
Muziek en dans
- Instrumenten: in 1898 een zelfgemaakte tres, maracas, de tumbandera (een aardboog) en de trom bunga, met een eerste, tweede en derde stem. Later tres, gitaar, bongó, marímbula en maracas.
- Voorzanger en koor: net als de kiribá eenvoudiger dan changüí en son, met landelijke teksten die tussen voorzanger en koor wisselen.
- De dans in de Cauto: de passen beelden het werk van de veehoeder uit, zoals paardrijden, het vangen van een koe met de lasso en "het roven van de bruid"; er werd gedanst met sporen en beenkappen aan.
Nog levend
De groep Kiribá y Nengón in El Güirito bij Baracoa houdt de nengón levend, net als families in de Cauto. Zie ook Kiribá en Changüí.
📝 Bronnen