Kiribá Populair – Dans

Kiribá is een oude boerendans en -muziek uit Baracoa (Guantánamo), samen met de nengón een voorloper van de changüí en de son.

Herkomst

Volgens EcuRed waren kiribá en nengón al in de tweede helft van de 19e eeuw bekend: de mambises, de vrijheidsstrijders, dansten ze wanneer de oorlog een feest toeliet. De streek van Baracoa en het uiterste oosten van Guantánamo verenigen inheemse, Afrikaanse en Europese invloeden. De kiribá hoort bij de traditionele boerenfeesten van Baracoa.

Muziek en dans

  • Eenvoud: anders dan changüí en son zijn kiribá en nengón eenvoudiger in hun uitvoering.
  • Voorzanger en koor: de teksten zijn landelijk van toon en wisselen tussen voorzanger en koor, zoals in het refrein "¡Kiribá, kiribá! / Yo me voy pa' la montaña".
  • Tingo talango: oorspronkelijk speelde men op de tingo talango als bas: een buigzame tak die als een boog een snaar spant, vastgemaakt aan een steen in de grond, een instrument van Congolese oorsprong.
  • Losse paren: alle dansen worden gedanst in losse paren (parejas sueltas).

Nog levend

Volgens EcuRed wordt de kiribá nog maar op enkele plekken in Guantánamo, Granma en Las Tunas beoefend. In El Güirito, een dorp zo'n 20 kilometer van Baracoa, werd hij meer dan een eeuw van generatie op generatie doorgegeven. Daar houdt de groep Kiribá y Nengón, opgericht in 1982, de traditie levend, met het jaarlijkse Fiesta del Kiribá; de groep kreeg onder meer de Premio Memoria Viva en de Premio Nacional de Cultura Comunitaria. Zie ook Nengón en Changüí.


📝 Bronnen