Cha-cha-chá Salon – Dans

Cha-cha-chá is een Cubaanse dans en muziek die violist Enrique Jorrín volgens EcuRed al in 1948 bedacht, op basis van de danzón. La engañadora werd in 1953 een enorme hit. De naam komt van het schuifelende geluid van de voeten van de dansers.

  • Ontstaan: volgens EcuRed zag Jorrín dat veel dansers moeite hadden met de mambo, en maakte hij een nieuw ritme "voor de Cubanen die niet kunnen mamberen".
  • De dansers: in de vereniging Silver Star, op de hoek van Prado en Neptuno in Havana, en daarna in alle danszalen van de stad bedachten dansers passen die bij het nieuwe ritme pasten. Ze schuifelden naar links en rechts op "een, twee; een, twee, drie", en dat geluid gaf de dans zijn naam.
  • De pas: vier tellen, net als de muziek, met twee langzame en drie snelle stappen, plus een pauze. Het voornaamste kenmerk is de heupbeweging.
  • De muziek: gespeeld door charanga-orkesten (fluit, violen, piano, bas, güiro, timbales); de güiro lijkt "cha-cha-chá" te zeggen.
  • Wereldwijd: vanaf 1951 internationaal bekend; halverwege de jaren 1950 verving de cha-cha-chá volgens Wikipedia de mambo als populairste dans in Noord-Amerika. Tegenwoordig hoort hij bij de ballroomwedstrijden in de Latijns-Amerikaanse categorie.

📝 Bronnen