Een meer ontwikkelde stijl (Arsenio Rodríguez in de jaren 40), met nadruk op call-and-response, montuno-secties en een zwaarder ritme — dit is de directe voorouder van salsa. Instrumenten:
👉 Grotere conjuntos (grotere ensembles), sterke ritmegroep.
In de jaren 1940 werd Arsenio Rodríguez de invloedrijkste sonmuzikant. Hij breidde de bezetting uit met conga's, piano en extra trompetten: het conjunto. Deze grotere groepen verdrongen de oudere sextetos en septetos.
De vorm van de son montuno, met een lied gevolgd door een open montuno, is de basis van de latere salsa in New York en van de Cubaanse songo en timba.
In de son montuno ligt de nadruk op de montuno, en daar wordt het meest gedanst. De vaste call-and-response geeft houvast: een nieuw coro is vaak een nieuw moment in de dans.