![]()
De tres is een Cubaans gitaarachtig instrument met drie paren (koorsets) snaren. Het is het bepalende melodisch-ritmische instrument van son cubano en zijn vooroudergenres.
Volgens Wikipedia ontstond de tres in de tweede helft van de 19e eeuw in het oosten van Cuba, in de nengón, de kiribá, de changüí en de son. Hij is vermoedelijk afgeleid van de Spaanse gitaar en van de laúd en de bandola uit de punto. Volgens Helio Orovio bracht Nené Manfugás de tres in 1892 van Baracoa naar Santiago de Cuba; in het westen was hij tot ongeveer 1895 vrijwel onbekend.
De belangrijkste bijdrage van de tres aan de Cubaanse muziek is het guajeo — een herhalend gesyncopeerd riff dat aansluit op het clave-patroon. Het guajeo is de primaire stem van de tres in son-ensembles, die tegelijkertijd melodische vaart en ritmische groove biedt.
Het guajeo bestaat ook op de piano. Volgens Wikipedia zette Arsenio Rodríguez eind jaren 1930 de piano in zijn conjunto in plaats van de gitaar; sindsdien zijn de piano-guajeos, de montuno's, een van de herkenbaarste elementen van de Cubaanse muziek en de salsa. Zie Piano.
Volgens EcuRed is de tres het son-instrument bij uitstek. In de sonconjunto zet hij het nummer in, speelt hij de versieringen (floreos) en begeleidt hij tegelijk. Zijn melodische improvisaties wisselt hij meestal af met de gitaar. Daarnaast speelt hij het rayado, ritmisch gebroken akkoorden. De tres speelt mee in alle soorten son: changüí, sucu-sucu, son montuno en guaracha.
In de changüí heeft de tres volgens Wikipedia meestal de traditionele octaafstemming, en het guajeo bestaat helemaal uit offbeats. De changüí-techniek beïnvloedde latere sonmuzikanten: pianist Lilí Martínez en tresero Pancho Amat leerden die stijl van Chito Latamblé (Grupo Changüí de Guantánamo).