Het toevoegen van een trompet maakte van het sexteto een septeto, wat meer projectie gaf voor grotere locaties en openluchtdansen. De trompet voegde ook ruimte toe voor improvisatie, call-and-response met de zanger, en een meer "stedelijk" karakter. Voorbeeld: Septeto Nacional (Ignacio Piñeiro).
Eind jaren 20 werden veel sextetos septetos. Het Septeto Nacional van Ignacio Piñeiro, opgericht in 1927, was een van de toonaangevende groepen van die tijd en bestaat nog steeds.
De trompet geeft herkenbare accenten en korte lijnen tussen de zang door. Dat maakt de muziek levendiger dan de sexteto-son, maar de groove blijft licht en goed te volgen.