Rumba Dans

Cubaanse rumba is een Afro-Cubaans muziek- en dansgenre dat wordt gekenmerkt door complexe ritmes, vraag-en-antwoord vocalen en expressieve, vaak flirterige bewegingen, geworteld in Afrikaanse en Spaanse tradities.

Niet te verwarren met de rumba uit de stijldans- en ballroomwereld. Die naam ontstond in de jaren 1920 in de Verenigde Staten als rhumba, voor dansmuziek die vooral op de Cubaanse son en bolero leunde; het is een andere dans, ritmisch los van de rumba op deze pagina.

Het verhaal van de rumba

Rumba ontstond in de tweede helft van de 19e eeuw in de solares — de volle binnenplaatsen van huurkazernes — en op de kades van Havana en Matanzas. Na de afschaffing van de slavernij in 1886 woonden Afro-Cubanen van Congolese, Carabalí- en Yoruba-afkomst daar zij aan zij met arme Spaanse immigranten. 's Avonds, na het werk, kwam men samen om te zingen, te spelen en te dansen. Geld voor echte trommels was er niet, dus speelde men op wat er voorhanden was: houten pakkisten (cajones) uit de haven, een la, een deur, twee lepels. De zang leende de Spaanse décima; het ritme, het vraag-en-antwoord en de beweging kwamen uit Afrika.

Uit die bijeenkomsten groeiden drie stijlen. De langzame, elegante yambú, de oudste; de flirterige paardans guaguancó, met de speelse vacunao; en de snelle, acrobatische columbia, waarin een solodanser de leidende trom, de quinto, uitdaagt. Elke rumba is een gesprek: de zanger improviseert, het koor antwoordt, de quinto geeft commentaar en de danser reageert met het lichaam.

Lang werd rumba weggezet als muziek van de arme, zwarte wijken, en soms werd hij zelfs verboden. Groepen als Los Muñequitos de Matanzas (opgericht in 1952) en later Yoruba Andabo brachten hem van de binnenplaats naar het podium. In 2016 erkende UNESCO de Cubaanse rumba als immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid.

Rumba wordt nog altijd gedanst op de straten en binnenplaatsen van Cuba — en wie casino of timba danst, draagt er een stukje van mee in zijn lijf. Lees meer in de geschiedenis van de rumba.

Afrikaanse wortels

Volgens EcuRed ontstond de rumba in de koloniale tijd, tijdens de groei van de suikerindustrie, onder vrije zwarte Cubanen van onder meer Lucumí-, Gangá-, Arará- en vooral Bantoe-afkomst. Al in de 18e en 19e eeuw dansten mannen bij de suikermolens vechtdansen die aan de Congo's werden toegeschreven, het baile de maní: een vroege vorm van wat later columbia ging heten. Erotische paardansen "van makuta of yuka" waren mogelijk de basis van de yambú en de guaguancó. Fernando Ortiz zag de yuka-trommels als waarschijnlijke directe voorlopers van de rumba; ook de Abakuá-mars en de muziek van de Congo's lieten sporen na. Zie ook Congos Bantu en Abakuá.

Stijlen

  • Columbia
    Columbia is de snelste rumbastijl: een virtuoze solodans in een drieledig ritme (6/8 of 12/8), van oorsprong landelijk en traditioneel door mannen gedanst. Kenmerkend is de dialoog tussen de danser en de leidende trom, de quinto.
  • Guaguancó
    Guaguancó, de bekendste rumbastijl: een flirterige paardans met vacunao en botao, op drie conga's, palitos en rumbaclave. Klank en dans.
  • Yambú
    Yambú, de oudste en langzaamste rumba, uit Matanzas en Havana: een rustige paardans zonder vacunao die broosheid uitbeeldt, op cajones of conga's.
  • Mimetische Rumba
    Mimetische rumba is een verhalende vorm van de rumba, waarin de danser met mimiek en spel uitbeeldt wat er in het lied wordt gezongen.

📝 Bronnen