Asojano is de Arará-naam voor de god van ziekte, genezing en de aarde. In de santería heet hij Babalú Ayé; bij de Fon heet hij meestal Sakpata, bij de Yoruba Sopona.
Volgens EcuRed komt Babalú Ayé in de dans altijd als een zieke: met gebogen rug en verkrampte handen, mank en zwak, soms vallend. Met zijn aja verjaagt hij de vliegen van zijn open wonden en veegt hij de lucht schoon van slechte invloeden. De andere dansers dansen in een kring mee, gebogen en mank. In een Yoruba-verhaal struikelt Sopona zelfs als hij probeert te dansen.
In de santería en de Palo gebruikt men jute in de rituelen, als teken van zijn nederigheid; hij wordt ook gekleed in jute met een raffiafranje, de mariwó.
Babalú Ayé wordt gelijkgesteld met de heilige Lazarus en geldt als bijzonder wonderdadig. Op 17 december komen tienduizenden gelovigen samen bij de leprakerk van San Lázaro in El Rincón, bij Havana. Zie ook de danspagina Babalú Ayé.